Standpunten Holland Solar

Zonne-energie wordt de belangrijkste energiebron van Nederland. Dat is de essentie van de missie en de visie van Holland Solar.

Voor zonnestroom (zonnepanelen) voorziet Holland Solar een opgesteld vermogen 58 gigawattpiek in 2030, oftewel 190 Petajoule. In 2050 moet het aantal zonnepanelen gegroeid zijn naar 200 gigawattpiek, oftewel 720 Petajoule. Voor zonnewarmte (zonnecollectoren) is de verwachtingen dat met de huidige ontwikkelingen in 2030 een CO2-reductie behaald kan worden van 7,6 Megaton.

Overzicht standpunten
Een overzicht van de belangrijkste standpunten van onze branchevereniging om de realisatie van deze doelen mogelijk te maken:

Salderingsregeling
Holland Solar heeft zich in de afgelopen jaren veelvuldig ingezet voor het behoud van de salderingsregeling. Tegelijkertijd heeft Holland Solar op het verzoek van de rijksoverheid meegedacht over een mogelijke opvolger van de salderingsregeling, omdat het kabinet in juni 2018 besloten heeft de salderingsregeling in 2020 te vervangen door een terugleversubsidie. Holland Solar pleit in dit kader voor het invoeren van een terugleversubsidie waarbij de investeringszekerheid (een terugverdientijd van 7 jaar) van eigenaren van zonnepanelen geborgd is.

Daarnaast zal naar het oordeel van Holland Solar deze nieuwe regeling zo ingericht moeten worden dat het ook voor woningcorporaties gemakkelijk wordt om voor hun huurders zonnepanelen te regelen. Een andere wens is dat de regeling kan worden uitgebreid naar alle kleingebruikers, zoals het midden- en kleinbedrijf, omdat er tussen de ‘salderingsmarkt’ en de ‘SDE+-markt’ nog altijd een groot ongebruikt potentieel voor zonnepanelen ligt.

Samen met de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), Energie-Nederland en Netbeheer Nederland heeft Holland Solar in 2017 het ‘Sectorvoorstel voor een toekomstig bestendig salderingsmodel’ gepresenteerd waarin de hierboven genoemde en aanvullende standpunten zijn opgenomen. Het sectorvoorstel is hier te raadplegen. Om te borgen dat de invoering van het nieuwe salderen niet te lang onzekerheid geeft, pleit Holland Solar voor snelle duidelijkheid en worden hierover nauw contact gehouden met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het ministerie van Financiën en de Tweede Kamerleden.


SDE+-regeling
Holland Solar pleit voor de instandhouding van de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+)-regeling tot ten minste 2023. De branchevereniging is tegen oversubsidiëring – dat wil zeggen te hoge subsidies – en pleit daarom van een adequate inrichting van deze subsidieregeling. Daarbij moet het basisbedrag (de subsidie per kilowattuur) de praktijksituatie reflecteren door middel van de juiste calculatie van de volledige kosten van een zonne-energiesysteem.

Verder pleit Holland Solar ten aanzien van de SDE+regeling voor:

  • Voldoende subsidiecategorieën om zowel de uitrol van zonnestroom (zon-PV) en zonnewarmte (zonthermie) adequaat te faciliteren: er moet een subsidiecategorie zon op water en een subsidiecategorie gebouwgeïntegreerde zon-PV (BIPV) toegevoegd worden.
  • Hogere kwaliteitseisen en ‘statiegeld’ – als garantie dat de goedgekeurde projecten ook daadwerkelijk gerealiseerd worden – bij het aanvragen van SDE+-subsidie om zo de kwaliteit van de inschrijvingen en de realisatiegraad te verhogen.
  • Rangschikking van projecten op basis van subsidiebedrag: door de projecten te rangschikken op basis van het subsidiebedrag – en dus niet langer op basis van het basisbedrag – ontstaat een eerlijker speelveld voor zon-PV, omdat er een groot verschil aan ontstaan tussen het basisbedrag en het subsidiebedrag voor deze technologie.
  • Verlenging subsidielooptijd naar 20 jaar: door de looptijd van de SDE+-subsidie naar 20 jaar te verlengen kan voor zon-PV de prijs per kilowattuur sterk gereduceerd worden.
  • Afschaffen eis “voor eigen rekening en risico”: ongeveer 30 procent van de dakgebonden PV-projecten worden momenteel ontwikkeld op basis van leaseconstructie. Dit ontzorgt de eindklant en het maakt bundeling van financiering van projecten mogelijk. Het nadeel is dat de zonnestroom niet op basis van kilowattuur kan worden verrekend met de eindklant. Als er gerekend moet worden met 2 correctiebedragen is de businesscase voor de leaseconstructie te risicovol: tegenvallers in het eigen verbruik kunnen namelijk niet worden verrekend. In de praktijk levert dit een te hoog risico op en valt daarmee de propositie weg. Dit is onwenselijk omdat juist deze methode succesvol is in het snel ontwikkelen van dakgebonden PV-projecten.
  • Duidelijkheid rond opstalrecht: voor dakgebonden PV-projecten eisen projectfinanciers dat er een opstalrecht wordt gevestigd op de PV-installatie. Dit als zekerheid voor het door de financiers geïnvesteerde vermogen. Deze wens komt voort uit het natrekkingsprincipe van onroerend goed en de onduidelijkheid over het al dan niet roerend zijn van PV-systemen op daken. Holland Solar wil deze situatie graag veranderen in duidelijkheid over dat PV-systemen een roerend goed zijn. Deze duidelijkheid voorkomt vertraging, onduidelijkheden en kosten.

ISDE-subsidie


Importheffingen
In december 2013 besloot de Europese Unie voor Chinese kristallijn siliciumzonnecellen en -zonnepanelen een importheffing in te voeren ter bescherming van de Europese industrie. De Europese regelgeving bevat naast de minimumimportprijzen informatie over een invoerquotum en strafheffingen voor bedrijven die geen deel uitmaken van een overeenkomst met de Europese Unie. Holland Solar heeft altijd een neutraal standpunt ingenomen, omdat er onder de leden van onze branchevereniging zowel voorstanders als tegenstander zijn. Anno 2018 is het Europese beleid echter achterhaald omdat Chinese fabrikanten tal van fabrieken hebben geopend in andere landen in het Verre Oosten. Bovendien is een groot deel van de Europese zonnepaneelfabrikanten ofwel opgehouden te bestaan of in Chinese handen gekomen. Om deze reden steunt Holland Solar het voornemen van de Europese Unie om de importheffingen per 3 september 2018 stop te zetten. Door het wegvallen van de importheffing zal de prijs voor standaard zonnepanelen mogelijk nog extra dalen, hetgeen goed is voor de realisatie van duurzame energieproductie met zonnepanelen, vooral in de grote projecten op daken en in zonneparken. Holland Solar is wel van mening dat het goed zou zijn als er weer een Europese zonnepanelenindustrie tot ontwikkeling zal komen. Dit moet gebeuren op basis van nieuwe technologieën. Europa is nog altijd toonaangevend op het terrein van de technologieontwikkeling en door in Europa samen te werken zou er weer een sterke Europese zonnepanelenindustrie kunnen ontstaan.


KLIMAATAKKOORD ZONNESTROOM

In het kader van de onderhandelingen voor het nieuwe nationale Klimaatakkoord heeft Holland Solar voor de volgende zaken gepleit ten aanzien van zonnestroom:

  • Een terugleversubsidie als opvolger van de salderingsregeling voor kleinverbruikers waarbij de terugverdientijd van 7 jaar voor zonnepanelen gehandhaafd blijftZie standpunt ‘salderingsregeling’.
  • Een SDE+-regeling met gunstige voorwaarden voor dakgebonden zonnestroomsystemen. Zie standpunten ‘SDE+-regeling’.
  • Een verbetering van de leasemogelijkheden voor zonnepanelen. Zie standpunten ‘SDE+-regeling’.
  • Een verplichting bij nieuwbouw voor het plaatsen van hernieuwbare energiesystemen zoals zonnepanelen.

KLIMAATAKKOORD ZONNEWARMTE

In het kader van de onderhandelingen voor het nieuwe nationale Klimaatakkoord heeft Holland Solar voor de volgende zaken gepleit ten aanzien van zonnewarmte:

  • Het sterk afnemen van het aantal gasaansluitingen om de volledige potentie van zonnewarmte te kunnen benutten.
  • Het verdubbelen van het aantal warmtenetten en het faciliteren van het decentraal invoeden op de warmtenetten.
  • Warmtenetbouwers constructief aan het werk laten gaan met zonnewarmte als serieuze tweede bron van warmte.
  • Het elektrisch verwarmen in combinatie met duurzame opwekking niet langer ‘af te straffen’ in bouwregelgeving.
  • Het beschikbaar blijven van subsidie voor zonnewarmte, maar met de focus op zonnecollectoren in plaats van zonneboilers.

Zonneladder: daken en gronden benutten
Holland Solar vindt het belangrijk dat de politiek, overheden, bedrijven en burgers beseffen dat Nederland voor het behalen van de Klimaatdoelstellingen niet enkel en alleen kan kiezen voor het toepassen van zonne-energie op daken. Het is geen kwestie van of/of, maar van én/én. Het gebruik van elektriciteit zal in Nederland namelijk exponentieel groeien door elektrificatie van het vervoer en bovendien zijn niet alle daken geschikt voor zonnepanelen. 

Om duidelijkheid te verschaffen hanteert Holland Solar de zonneladder. Dit instrument geeft de volgorde aan waarin verschillende dak- en grondoppervlakten in Nederland aangewend moeten worden als het gaat om de realisatie van zonne-energieprojecten. Er worden 3 categorieën onderscheiden:

  1. Categorie 1 daken: de daken van huizen, bedrijven en (semi-)overheidsinstellingen.
  2. Categorie 2 verweesde gronden: bij deze gronden gaat het om dubbel ruimtegebruik zoals de overdekking van parkeerterreinen, zonnepanelen op waterbekkens en water zonder functie en de ruimte die beschikbaar is langs de Nederlandse infrastructuur zoals wegen, dijken en vliegvelden.
  3. Categorie 3 tijdelijke gronden: gronden voor de industrie, de woningbouw of landbouw die tijdelijk – gedurende enkele tientallen jaren – kunnen worden aangewezen voor de realisatie van grondgebonden zonneparken.

GRONDGEBONDEN ZONNEPARKEN

Gebruik van landbouwgronden
Holland Solar is van mening dat de uitrol van grondgebonden zonneparken niet ten koste gaat van voedselproductie. Uit wetenschappelijk onderzoek van onder meer Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN part of TNO), de Universiteit Utrecht en TKI Urban Energy blijkt dat grondgebonden zonneparken slechts minimaal beslag leggen op landbouwgronden en op geen enkele wijze de voedselproductie in gevaar brengen. Nederland kan volgens de onderzoekers in het jaar 2030 ruim 20 Petajoule zonnestroom produceren op slechts 35 vierkante kilometer agrarische grond. Dit betekent dat er in 2030 slechts 0,2 procent van het totale Nederlandse agrarische areaal nodig is voor grondgebonden zonneparken (noot: het totale Nederlandse agrarische areaal, inclusief bebouwing, is 20.350 vierkante kilometer). Op deze 35 vierkante kilometer kan te zijner tijd ruim 6 gigawattpiek aan zonnepanelen opgesteld worden. Naar verwachting zal in 2050 de zonnestroomproductie op agrarische gronden zijn toegenomen tot bijna 53 Petajoule (ruim 16 gigawattpiek) waarvoor minder dan 0,5 procent van het totale Nederlandse agrarische areaal benodigd zal zijn. Als de ruim 100 vierkante kilometer aan beschikbare agrarische daken benut zouden worden voor zonnepanelen kan daar ook nog eens 16 gigawattpiek aan zonnestroomvermogen worden geplaatst.

Ruimtelijke inpassing zonneparken
Grondgebonden zonneparken dienen ruimtelijk en maatschappelijk ingepast te worden in de omgeving. Holland Solar werkt samen met de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE) en de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) aan een handreiking met uitgangspunten voor het ruimtelijk inpassen van zonneparken.

Maatschappelijke betrokkenheid zonneparken
Holland Solar heeft samen met 27 partijen – waaronder de Natuur- en Milieufederaties en Natuur en Milieu – de Green Deal Participatie van de omgeving bij duurzame energieprojecten ondertekend. Centraal in deze Green Deal staat het op het juiste moment en op de juiste manier betrekken van inwoners en andere belanghebbenden.

Hollland Solar omarmt het idee van maximale burgerparticipatie en de ontwikkeling van lokale waarde, maar is geen voorstander van het opleggen van een verplicht percentage van burgerparticipatie. Projectontwikkelaars werken namelijk al proactief aan het informeren en het betrekken van burgers bij de planvorming van zonneparken en staan bovendien open voor financiële participatie door burgers.

Via de Green Deal werkt Holland Solar de komende 2 jaar met de genoemde partijen samen aan het inbrengen en delen van eigen ervaringen en kennis over participatie bij de inpassing van duurzame energieprojecten. Hierbij is aandacht voor het verschil in perspectief tussen burgers, marktpartijen, maatschappelijke organisaties en overheden; het opdoen van inzichten en ideeën voor de wijze waarop participatieprocessen verder kunnen worden ontwikkeld en verbeterd; het delen en uitdragen van deze nieuwe inzichten en ideeën met eigen achterbannen en geïnteresseerden daarbuiten.

Netintegratie zonneparken
Holland Solar vindt dat er snel een antwoord moeten komen op de problemen bij het aansluiten van zonneparken. Anders komt in diverse delen van het land de doelstelling van 16 procent duurzame energie in 2023 in gevaar. Onder meer in Friesland, Drenthe en Groningen worden diverse zonneparken mogelijkerwijs niet tijdig gerealiseerd door het uitblijven van een netaansluiting.

De (regionale) netbeheerders moeten de ruimte krijgen om proactief te kunnen investeren in gebieden waar veel zonnestroomproductie is voorzien. Een belangrijk knelpunt is de lange doorlooptijd voor het realiseren van de investeringen in netstations en -verbindingen. Voor de aanleg van nieuwe verbindingen moet er ook een planologische procedure worden doorlopen. Gelet op de urgentie zou er gekeken moeten worden hoe deze procedures verkort kunnen worden. Nederland heeft daar ervaring mee bij veel ingrijpendere zaken zoals het verzwaren van de dijken. Ook kan (tijdelijke) opslag een oplossing bieden. Ook hier is het belangrijk dat er duidelijkheid komt over de rol die netwerkbedrijven op dit terrein kunnen spelen.

Transparantie over de te verwachten netwerkproblemen in specifieke gebieden en – nóg belangrijker – over de locaties waar er nog voldoende ruimte is op het elektriciteitsnetwerk kan ook helpen bij het voorkomen van problemen. Hierbij kunnen de mogelijkheden van de combinatie tussen wind- en zonneparken of nieuwe grote aansluitingen voor de industrie en datacentra worden betrokken.


Beleid van gemeenten
Holland Solar heeft voor gemeentebesturen – gemeenten spelen naar de mening van Holland Solar een cruciale rol in de energietransitie – een actieprogramma opgesteld dat zal leiden tot een versnelde uitrol van zonne-energie in de regio. Het actie programma bevat de volgende 10 aanbevelingen:

  • Ontwikkel een omgevingsvisie waarbinnen de energietransitie een expliciet onderdeel vormt: neem in de omgevingsvisie kansen en voorwaarden voor de uitrol van zonne-energie op.
  • Wijs gebieden en/of gronden in de gemeente aan die geschikt zijn voor grondgebonden zonneparken: stel heldere voorwaarden en betrek hierbij ook de inwoners en de netbeheerder.
  • Maak een ‘spoorboekje’ hoe de gemeente kan komen tot een maximaal gebruik van daken voor de uitrol van duurzame energie: inventariseer de potentie van de daken in de gemeente, stel de gemeentelijke daken ter beschikking voor het ontwikkelen van zonne-projecten door burgers en bedrijven en maak afspraken met woningbouwcorporaties, ondernemers(verenigingen), onderwijs- en zorginstellingen, sportverenigingen en andere belanghebbenden om ook concrete doelen te stellen.
  • Ontwikkel een warmteplan voor de verduurzaming van de warmtevoorziening van de gebouwde omgeving te komen: bekijk hierbij nadrukkelijk de mogelijkheden van zonnewarmte.
  • Maak heldere keuzes aangaande de wenselijkheid van de participatie van burgers en het lokale bedrijfsleven in energieprojecten: dit zorgt voor draagvlak en medestanders in de energietransitie.
  • Ontwikkel (promotie)campagnes gericht op individuele burgers en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s): deze campagnes dienen gericht te zijn op het gebruik van daken voor de opwekking van zonnestroom en zonnewarmte.
  • Overweeg de mogelijkheden tot (tijdelijke) financiering of een andere wijze van ondersteuning voor (energie)coöperaties die duurzame energie willen produceren.
  • Denk mee met partijen over hoe zij tot een innovatieve financiering kunnen komen: samenwerking tussen financiële partijen en de overheid kunnen complexere financieringen mogelijk maken, zoals bij VvE’s die energieneutraal willen worden.
  • Zorg voor (door)ontwikkeling van de energieloketfunctie: help burgers en bedrijven met neutrale informatievoorziening over hoe zij een woning, een bedrijfspand en de bedrijfsprocessen kunnen verduurzamen.
  • Onderzoek de mogelijkheden van lokale scholing en training voor laaggeschoold en middelbaar technisch personeel voor de installatie van duurzame energiesystemen.