SDE+-regeling

Holland Solar pleit voor de instandhouding van de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+)-regeling tot ten minste 2023. De branchevereniging is tegen oversubsidiëring – dat wil zeggen te hoge subsidies – en pleit daarom voor een adequate inrichting van deze subsidieregeling. Daarbij moet het basisbedrag (de subsidie per kilowattuur) de praktijksituatie reflecteren door middel van de juiste calculatie van de volledige kosten van een zonne-energiesysteem.

Verder pleit Holland Solar ten aanzien van de SDE+regeling voor:

  • Voldoende subsidiecategorieën om zowel de uitrol van zonnestroom (zon-PV) en zonnewarmte (zonthermie) adequaat te faciliteren: er moet een subsidiecategorie zon op water en een subsidiecategorie gebouwgeïntegreerde zon-PV (BIPV) toegevoegd worden.
  • Hogere kwaliteitseisen en ‘statiegeld’ – als garantie dat de goedgekeurde projecten ook daadwerkelijk gerealiseerd worden – bij het aanvragen van SDE+-subsidie om zo de kwaliteit van de inschrijvingen en de realisatiegraad te verhogen.
  • Rangschikking van projecten op basis van subsidiebedrag: door de projecten te rangschikken op basis van het subsidiebedrag – en dus niet langer op basis van het basisbedrag – ontstaat een eerlijker speelveld voor zon-PV, omdat er een groot verschil kan ontstaan tussen het basisbedrag en het subsidiebedrag voor deze technologie.
  • Verlenging subsidielooptijd naar 20 jaar: door de looptijd van de SDE+-subsidie naar 20 jaar te verlengen, kan voor zon-PV de prijs per kilowattuur sterk gereduceerd worden.
  • Afschaffen eis “voor eigen rekening en risico”: ongeveer 30 procent van de dakgebonden PV-projecten wordt momenteel ontwikkeld op basis van een leaseconstructie. Dit ontzorgt de eindklant en het maakt bundeling van financiering van projecten mogelijk. Het nadeel is dat de zonnestroom niet op basis van kilowattuur kan worden verrekend met de eindklant. Als er gerekend moet worden met 2 correctiebedragen is de businesscase voor de leaseconstructie te risicovol: tegenvallers in het eigen verbruik kunnen namelijk niet worden verrekend. In de praktijk levert dit een te hoog risico op en valt daarmee de propositie weg. Dit is onwenselijk omdat juist deze methode succesvol is in het snel ontwikkelen van dakgebonden PV-projecten.
  • Duidelijkheid rond opstalrecht: voor dakgebonden PV-projecten eisen projectfinanciers dat er een opstalrecht wordt gevestigd op de PV-installatie. Dit als zekerheid voor het door de financiers geïnvesteerde vermogen. Deze wens komt voort uit het natrekkingsprincipe van onroerend goed en de onduidelijkheid over het al dan niet roerend zijn van PV-systemen op daken. Holland Solar wil deze situatie graag veranderen in duidelijkheid over dat PV-systemen een roerend goed zijn. Deze duidelijkheid voorkomt vertraging, onduidelijkheden en kosten.