Door subsidies zouden diverse wind- en zonneparken teveel rendement (overwinst) hebben opgeleverd, zo concludeert Daan Hulshof. Hulshof is promovendus aan de Universiteit van Groningen. Zijn onderzoek naar overwinsten in de duurzame energiesector is echter niet gebaseerd op de huidige situatie. Oplossingen die hij aandraagt om overwinsten te voorkomen zijn volgens Holland Solar te kort door de bocht.

Kritiek

Over het algemeen zijn duurzame energieprojecten zonder subsidie nog niet rendabel. Al eerder heeft de Rijksoverheid gekeken of de subsidie voor duurzame energieprojecten omlaag kan, door de kostprijs van duurzame energie te verlagen. Een van de mogelijkheden om de kostprijs van duurzame energie te verlagen is door samenwerking tussen partijen te stimuleren. Onder andere hierdoor is de kostprijs de afgelopen jaren significant gedaald. Sinds de eeuwwisseling is de kostprijs van zonnepanelen zelfs met 96% gedaald.[1] Dit heeft er (mede) voor gezorgd dat de kostprijs waar het PBL mee rekent voor het bepalen van de SDE-subsidie inmiddels zo laag is geworden dat zonnestroomprojecten in sommige gevallen nog steeds niet rendabel zijn. Deze cases, die zich vooral de laatste jaren (2019 en 2020) voordoen, zijn niet in het onderzoek van Hulshoff opgenomen waardoor het onderzoek een vertekend beeld geeft. In 2021 zijn de SDE-basisbedragen dusdanig veel lager dan in 2018, dat te betwijfelen valt of er op dit moment overwinst gemaakt kan worden.

SDE++

De markprijs van energie dekt niet de volledige kostprijs van zonnestroom uit een zonnepark. De SDE++ compenseert voor het deel van de kosten wat niet terugverdiend kan worden: de onrendabele top. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) maakt jaarlijks een schatting van de kostprijs van duurzame energie. Op basis van deze kostprijs wordt de hoogte van de SDE++ subsidie bepaald. Dit is erg complex, omdat de kosten van projecten van elkaar kunnen verschillen.

Een subsidiesysteem is altijd gebaseerd op algemene richtlijnen die consequent toepasbaar moeten zijn op verschillende soorten projecten. Door de specifieke kenmerken van een project kunnen deze richtlijnen in het ene geval gunstiger uitpakken dan in het andere geval. Het versneld verduurzamen van het Nederlandse energieverbruik door middel van SDE++ subsidies gaat dus gepaard met het risico dat sommige projecten winstgevender zijn dan vooraf beoogd en andere juist minder winstgevend.

Oplossingen

De oplossingen die Hulshof aanreikt ter voorkoming van overwinsten lijken misschien op het eerste oog goed doordacht, maar stuiten in de praktijk op problemen. Het op microniveau bepalen van een subsidie zou dermate arbeidsintensief zijn dat de administratieve kosten voor de Rijksoverheid enorm oplopen, en er dus minder belastinggeld uitgegeven kan worden ter stimulering van duurzame energieprojecten. Hierdoor treedt een averechts effect op: de uitgaven uit belastinggeld zullen niet verminderen, en het geld zal minder efficiënt besteed worden aan het stimuleren van duurzame energie.

Conclusie

Het is goed dat bij de besteding van overheidsgeld scherp wordt gekeken naar opbrengsten en de verdeling daarvan. Laten we daarbij wel zorgen dat de beelden die worden geschetst zoveel mogelijk overeenkomen met de genuanceerde werkelijke situatie.

 

[1] Prijs per paneel (rekening gehouden met inflatie) in 2000 en 2019, in EUR/kWp. Bron Fraunhofer ISE, 2019; EnergyTrends, 2019.