Op 26 augustus jl. bracht de Enexis-dochter Enpuls de resultaten van een vergelijkingsonderzoek naar zon-op-land en zon-op-dak naar buiten. Het onderzoek, uitgevoerd door Berenschot en Kalavasta, toont aan dat zon-op-land het meest kosten-effectief is wat betreft reductie van CO2 uitstoot. Zon-op-dak heeft daarentegen weer een lagere impact op netinfrastructuur en grondgebruik. Op basis van dit onderzoek stelt Enpuls dat zonneparken meer moeten betalen aan de netinfrastructuur (producententarief) en bekritiseert ze de SDE die enkel naar CO2-reductie kijkt. Holland Solar herkent de bevindingen van Berenschot maar vindt de conclusies van Enpuls voorbarig en ongefundeerd.

De SDE++ richt zich als instrument inderdaad enkel op het realiseren van de goedkoopste CO2 -reducerende projecten. Voor andere maatschappelijke wensen als landschap, ruimtegebruik en netkosten is ander beleid voorhanden, zoals het ruimtelijke beleid. Dit jaar komen in de SDE++ zon-op-dak projecten eerder aan bod dan zon-op-land. Holland Solar stelt dat Zon-op-land ook nodig is om de grote energievraag van onze samenleving te kunnen verduurzamen.

Enpuls richt zich in haar uitingen vooral op het verlies van landbouwgrond en dat dit opgevat moet worden als maatschappelijke kosten. Dit blijkt niet uit het onderzoek van Berenschot en is wat Holland Solar betreft dus ongefundeerd. In het onderzoek wordt de waarde van landbouwgrond   gesteld op de opbrengst van een gemiddelde hectare, zonder verdere analyse van maatschappelijke kosten en baten van dat grondgebruik. In haar uitingen houdt Enpuls geen rekening met deze realiteit: een zonnepark komt over het algemeen op de minder productieve grond en levert de grondeigenaar dan meer op. Tevens neemt de biodiversiteit toe in lijn met de gedragscode zon op land, wordt er niet meer bespoten of bemest, kunnen omwonenden participeren en meeprofiteren van de opbrengst. Deze baten bij specifiek zon-op-land krijgen in de conclusies geen plek. Dit vindt Holland Solar een ongeloofwaardige uitkomst en een onevenwichtige vergelijking.

Dat producenten van zonne-elektriciteit weinig meebetalen aan de maatschappelijke kosten van de energie-infrastructuur klopt wel. Dit is echter een bewuste politieke keuze die al decennia geldt voor alle producenten, dus ook voor gas- en kolencentrales. In Nederland worden de kosten voor de energie-infrastructuur betaald door gebruikers van elektriciteit: ook het aansluiten van afgezonderde kolencentrales wordt door burgers en bedrijven betaald.  Het oproepen op een producententarief voor zonneparken alleen vindt Holland Solar hetzelfde als oproepen tot een ongelijk speelveld ten gunste van fossiele centrales. Onze sector gaat graag het gesprek aan over een beter manier van verdeling van kosten en zal daarin haar verantwoordelijkheid nemen. Liever werken we aan echte oplossingen zoals afspraken maken over peak-shaving of andere wijze van slim gebruik van mogelijkheden van zonnestroom techniek. We nodigen Enpuls en Enexis graag uit om hierover verder van gedachten te wisselen.

 

Holland Solar zet zich met leden sterk in om zowel zon op dak als zon op land succesvol te laten verlopen, met de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. We zetten ons in om knelpunten bij dak-projecten op de lossen, zoals de verzekeraarsproblematiek en bevorderen van dakgebruik voor zonnestroom en zonnewarmte. Met netbeheerders werken we samen aan oplossingen voor netcongestie en spanningsproblematiek op de korte termijn. Ook denken we na over concepten voor de nabije toekomst zoals speciale zonnepark aansluitingen met uitgestelde levering. De groei van projecten is hard nodig voor het halen van de duurzame energiedoelen, en Holland Solar werkt graag mee aan het oplossen van problemen die zich onderweg voordoen. Het introduceren van een producententarief voor decentrale duurzame projecten is een slecht idee: zo rem je de groei en straf je projectontwikkelaars die groene projecten realiseren.