Iedereen kent de zon als bron van warmte. Een groot gedeelte van de warmte van de gebouwde omgeving komt van ingestraald zonlicht. We noemen dat passieve warmte. Vroeger zorgden we dat er veel ramen waren op het zuiden, want zo werd de zonnewarmte goed benut. Met de huidige goed geïsoleerde woning neigen we de zuidkant weer wat dicht te houden, omdat het anders te warm wordt.

We kunnen de zonnewarmte nog actiever benutten. Zonnecollectoren zetten de warmte van de zon om in warm water, dat opgeslagen kan worden in boilervaten. Dit is een uitstekende vorm van productie van warm tapwater, maar kan ook een rol spelen in het verwarmen van het huis. Nu we steeds meer onze energievoorziening onafhankelijk willen maken van het aardgas, ligt zonnewarmte voor de hand. Zonnewarmtesystemen zijn bijvoorbeeld veel effectiever in het besparen van CO2-emissies dan warmtepompen. Dit komt omdat warmtepompen relatief veel stroom vragen, dat zeker in de winter vooral wordt opgewekt met grijze stroom.

Zonnecollectoren moeten bij voorkeur zuidgeoriënteerd op het dak gelegd worden. Sommigen zien daarin een concurrentie met zonnepanelen en dat is in zekere zin ook zo. Vaak is er echter voldoende dakoppervlakte om zowel zonnestroom als zonnewarmte op te wekken. Er zijn ook zogeheten PVT-systemen, die beide vormen van energie-opwek in een paneel combineert. De warmteafvoer kan de productie van stroom door het zonnepaneel zelfs verhogen.

Het actief gebruik van zonnewarmte wordt nog onvoldoende benut en kan een belangrijk element zijn in de noodzakelijke energietransitie in de gebouwde omgeving.