De nieuwste Energy Transition Outlook van DNV laat zien dat zon en wind wereldwijd harder groeien dan ooit. Ondanks negatieve berichten uit sommige landen, zit de vaart er juist goed in: rond 2030 leveren zon en wind samen al meer dan 30% van alle elektriciteit op aarde. Dat is een verdubbeling ten opzichte van nu. Volgens DNV zijn deze twee bronnen dé motor van de wereldwijde omslag van fossiele naar schone energie.
Toch waarschuwt het rapport dat de transitie niet snel genoeg gaat om de klimaatdoelen te halen. De uitstoot van broeikasgassen daalt te traag, en de temperatuur stijgt richting 2,2 graden aan het eind van deze eeuw.
Het net beter benutten is hoe dan ook een slimme keuze, ondanks dat netuitbreiding onontbeerlijk blijft. Juist het combineren van bestaand grondgebruik, bijvoorbeeld agrarisch, met zonne-energie – agri-PV – en vergelijkbare toepassingen bieden mooie systeemcombinaties
Nold Jaeger, Directeur Beleid Holland Solar
Zon wordt de grootste energiebron
Zonne-energie groeit de komende decennia harder dan welke andere energiebron ook. Rond 2040 is zon volgens DNV zelfs de belangrijkste elektriciteitsbron ter wereld. Dat komt doordat zonnepanelen steeds goedkoper en efficiënter worden, en doordat ze op veel plekken makkelijk zijn te plaatsen — van daken tot industriegebieden. Juist het combineren van bestaand grondgebruik, bijvoorbeeld agrarisch, met zonne-energie – agri-PV – en vergelijkbare toepassingen bieden mooie systeemcombinaties.
Ook in Nederland is die groei zichtbaar. Het aantal zonneparken en zonnedaken neemt nog elk jaar toe. DNV ziet zon als de ruggengraat van de elektriciteitsvoorziening, met windenergie als stevige partner op zee en land.
Netten lopen achter op de groei
De grootste uitdaging is niet de techniek, maar het elektriciteitsnet. In veel landen, ook in Nederland, kunnen netbeheerders het tempo van de groei niet bijhouden. Daardoor blijven projecten soms liggen terwijl de panelen al klaarstaan. Volgens DNV zou de Europese stroomproductie uit zon en wind 8% hoger kunnen zijn in 2035 als de netten op tijd zouden worden uitgebreid.
Dat betekent dat oplossingen zoals lokale opslag, slim schakelen van verbruik en directe levering aan bedrijven of buurten steeds belangrijker worden. Het net beter benutten is hoe dan ook een slimme keuze, ondanks dat netuitbreiding onontbeerlijk blijft.

China loopt voorop, maar Europa bouwt eigen keten op
China is veruit de grootste producent van zonnepanelen en levert het merendeel van de wereldwijde zonnecapaciteit. Toch probeert Europa minder afhankelijk te worden. Dat betekent tijdelijk hogere kosten, maar ook kansen voor Europese fabrikanten om nieuwe markten te veroveren.
Voor Nederland biedt dat mogelijkheden voor meer lokale productie, recycling en systeemintegratie — gebieden waarin Holland Solar-leden al actief zijn.
Decentrale opwek is de toekomst
DNV verwacht dat in 2060 ongeveer 30% van alle zonne-energie achter de meter wordt opgewekt. Dat wil zeggen: direct bij bedrijven, huishoudens of op bedrijventerreinen, zonder dat alle stroom via het net gaat. Die ontwikkeling past goed bij de Nederlandse praktijk waarbij door de schaarse ruimte opwek en opslag natuurlijkerwijs al dicht bij elkaar gebouwd worden. Bij huishoudens, ongeveer een derde van alle geïnstalleerde zonnepanelen, wordt nu al 30% gemiddeld van de zonnestroom zelf verbruikt en bij veel mkb’ers ligt dit zelfs nog hoger.
Conclusie
De boodschap van DNV is helder: zonne-energie is niet meer te stoppen. De groei is enorm, de kosten blijven dalen, en de techniek is betrouwbaar. De grootste uitdaging ligt in het aanpassen van het systeem eromheen, met een sterker stroomnet, slimme opslag en een markt die meebeweegt. Als dat lukt, kan Nederland uitgroeien tot een voorbeeldland in de volgende fase van de energietransitie.

Bron:
DNV (2025). Energy Transition Outlook 2025 – A Global and Regional Forecast to 2060. DNV AS, Høvik, Noorwegen.
Beschikbaar via: www.dnv.com/eto