De branchevereniging van Nederlandse experts in zonne-energie!

Rapport PWC - De historische impact van salderen

Naamloos

Omdat de regeling voor de overheid erg duur is, overweegt minister Kamp de salderingsregeling voor kleinschalige zon-PV toch aan te passen. Een bijkomend argument is dat de regeling zonnepaneelbezitters niet stimuleert in opslagbatterijen te investeren. In het voorjaar krijgt de Tweede Kamer een aangepaste salderingsregeling voorgelegd.

Minister Kamp heeft gisteren de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomst van de (vervroegde) evaluatie van de salderingsregeling. De evaluatie is uitgevoerd door het onderzoeksbureau PriceWaterhouseCoopers (PwC). Hij meldt de Kamer alleen dat hij een aanpassing van de salderingsregeling ‘niet uitsluit’ zonder al aan te geven om welke aanpassing het zou kunnen gaan. Hij vraagt eerst Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) de mogelijke aanpassingen door te rekenen.

De salderingsregeling houdt in dat de kleinverbruiker die zelf stroom opwekt (meestal met zonnepanelen) de stroom die hij niet meteen zelf verbruikt kan terugleveren aan het net en dat hij dat alleen over de per saldo afgenomen stroom btw, energiebelasting, leveringskosten en opslag ODE betaalt. De regeling verkort de terugverdientijd van zonnepanelen van 14 jaar naar 7 jaar.
PwC stelt in zijn evaluatie vast dat mede door de salderingsregeling het geïnstalleerde vermogen zon-PV bij kleinverbruikers sinds 2011 sterk is toegenomen. De gemiddelde jaarlijkse groei betrof in deze periode 91%, tegenover een groei van gemiddeld 13% in de periode van 2004 tot 2011.
Maar PwC concludeert ook dat salderen de prikkel wegneemt voor kleinverbruikers om het eigen verbruik achter de meter te optimaliseren en daarmee het elektriciteitssysteem te ontlasten. Minister Kamp over de PwC-conclusie: ‘De salderingsregeling houdt namelijk geen rekening met de werkelijke waarde van de opgewekte elektriciteit op enig moment en heeft daarmee marktverstorende effecten: elke kWh opgewekte elektriciteit die een particulier niet direct zelf verbruikt, kan worden ingevoed op het elektriciteitsnet en op een willekeurig moment in dezelfde verbruiksperiode van 12 maanden weer van het elektriciteitsnet worden afgenomen tegen dezelfde prijs. Om deze reden heeft een particulier geen prikkel om te investeren in een batterij of in slimme energiemanagementsystemen om zoveel mogelijk van de zelf opgewekte elektriciteit achter de meter te verbruiken. Dit remt (toepassing van) innovatieve ontwikkelingen die het energiesysteem efficiënter en betrouwbaarder kunnen maken en kunnen bijdragen aan duurzame initiatieven. Dit is voor de langetermijnstabiliteit van het elektriciteitsnet wel van belang.’

PwC concludeert dat de salderingsregeling positief werkt op het draagvlak voor de verduurzaming, maar wel een voor de overheid erg dure maatregel is. In 2015 derfde de overheid zo’n € 80 mln aan energiebelasting en opslag ODE. Wanneer je dat relateert aan de hoeveelheid vermeden CO2-uitstoot blijkt de salderingsregeling met 269 euro per Mton CO2 een relatief dure regeling, meldt minister Kamp.

Wat dan wel?

Minister Kamp sluit daarom een aanpassing van de salderingsregeling niet uit. Hij wil er niet mee stoppen, schrijft hij de Kamer: ‘Via lokale energieproductie kunnen burgers zelf op relatief eenvoudige wijze een bijdrage leveren aan de energietransitie. Dit vergroot het bewustzijn van en het draagvlak voor de energietransitie. Dit is voor mij een belangrijke reden om de ondersteuning van investeringen in lokale hernieuwbare energieproductie nu en in de toekomst voort te zetten, zolang deze zonder steun onrendabel is.’
Minister Kamp geeft wel aan waaraan een aangepaste regeling moet voldoen:

De regeling dient:

  • een toekomstbestendige en kosteneffectieve stimulans te bieden voor de kleinschalige productie van hernieuwbare elektriciteit;
  • stuurbaar te zijn (de hoogte van de stimulans kan aangepast worden, bijvoorbeeld naar aanleiding van veranderingen in de kostprijs van zon-PV-systemen);
  • gebouweigenaren met een kleinverbruikersaansluiting voldoende investeringszekerheid te bieden;
  • toegankelijk en begrijpelijk voor particulieren en bedrijven te zijn;
  • uitvoerbaar te zijn;
  • voor een voldoende stabiele groei van de markt voor zon-PV te zorgen;
  • voor zover mogelijk optimaal ruimtegebruik voor de productie van hernieuwbare energie te stimuleren; en
  • zo min mogelijk marktverstorende effecten te hebben en voor zover mogelijk nieuwe ontwikkelingen, onder andere om toekomstige lasten voor het elektriciteitssysteem te beperken, zoals opslag en ICT ontwikkelingen, niet te belemmeren.

In ieder geval komt er voor de mensen die van de huidige regeling gebruikmaken ‘een goede overgangsregeling’.

Deel via: